In WMO-beleid zijn mantelzorgers van clienten in de GGZ te weinig in beeld.

Mantelzorgers van mensen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen en organisaties die hun belangen behartigen (familieverenigingen en stichtingen) zijn nog veel te weinig in beeld bij het gemeentelijk WMO-beleid.

De initiatiefnemers van deze site hopen niet alleen voornoemde mantelzorgers van dienst te kunnen zijn, maar ook (ex-)clienten , ”aanbieders” van zorg, welzijn en wonen en …. gemeentelijke beleidsmakers.

Tags: , ,

3 Reacties op “In WMO-beleid zijn mantelzorgers van clienten in de GGZ te weinig in beeld.”

  1. Arjen zegt:

    Korte voorlopige reaktie.
    Niet alleen mantelzorgers van GGZcliënten zijn te weinig in beeld.
    Mantelzorgers in het algemeen zijn te weinig in beeld in het WMO-beleid.
    Het veschilt trouwens sterk per gemeente. Dat komt omdat de WMO die ruimte geeft aan de gemeenten. De WMOambtenaren weten bitter weinig over mantelzorgproblematiek, laat staan dat ze weten wat er aan gedaan moet worden.
    Ik heb op deeljezorg.nl een groep Mantelzorg geopend, mogelijk kunnen we kontakt houden en informatie uitwisselen.
    Arjen Kuiper, mantelzorgmakelaar.

  2. Een verschrikkelijk goed initiatief. Graag wil ik hier mijn steentje aan bijdragen. Er zou bijvoorbeeld een link op de website van de SLKF (Stichting Landelijke Koepel Familieraden) geplaatst kunnen worden.

    Maar er mag/moet natuurlijk veel meer publiciteit komen rond dit initiatief, visie, om een stevige voet aan de grond te krijgen bij gemeentes die in hun wmo-beleid nog te weinig of geen aandacht hebben voor het ggz veld. In mijn gemeente kreeg ik te horen ‘Ja hoor, we hebben aandacht voor de dementerende ouderen onze gemeente. Dat is toch voldoende?’. Daar schrik je behoorlijk van.

    Vriendelijke groet,

    Rita van Maurik

  3. beste Arjen,

    Door allerlei (zeer tragische) familieomstandigheden kan ik eerst nu reageren.

    Ik ben het helemaal niet eens met je bewering dat Mantelzorgers in het algemeen te weinig in beeld zijn in het WMO-beleid. Wat constateer ik na bijna 4 jaren uitgebreid googlen? Dat ouderen in WMO-raden zeer goed vertegenwoordigd. Dat Steunpunten Mantelzorg extra gelden krijgen, die zelden of nooit naar mantelzorgers van GGZ-patiënten gaan. Dat Mezzo enkele jaren geleden al – samen met het Trimbosinstituut – prioritaire doelgroepen benoemd heeft, waaronder mantelzorgers van GGZ-patiënten met een dubbele diagnose en mantelzorgers van allochtone GGZ-patiënten.
    Vrijwel nergens in het gemeentelijk WMO-beleid of in de uitvoering daarvan worden mantelzorgers van kwetsbare burgers in de prestatievelden 5, 6, 7, 8 en 9 (= burgers met langdurende psychosociale, psychiatrische en/of verslavingsproblemen) en in prestatieveld 3 (= die mantelzorgers zelf) genoemd. Met name zelden of nooit bij de grotere gemeenten (pakweg boven 100.000 inwoners) die de centrumgemeenten zijn voor instanties die regionaal werkzaam zijn als “aanbieders” van WMO-voorzieningen m.b.t. zorg, welzijn, wonen, dagbesteding, etc.
    In de WMO-prioriteiten zie ik als eerste (en meestal als enige) de groep dementerenden en zelfs jong dementerenden, als goede tweede – maar wel op afstand – verstandelijk gehandicapten ( en hun mantelzorgers) en dan meestal niets meer.

    Wat de beleidsambtenaren bij de gemeenten betreft: deze moeten meer en vooral proactief voorgelicht en – liefst via persoonlijke contacten – benaderd worden, want zij bepalen feitelijk het beleid door (onbewust ?) specifieke doelgroepen niet in beeld te brengen.

Reageer